Even een korte post over gêne in de zorg. Of eigenlijk, de afwezigheid ervan. Nou ja, dat ook niet, meer het over gêne heen stappen. Of erover laten lopen. In ieder geval, ik heb gemerkt dat in de zorg de grenzen van wat een sociaal acceptabele vraag is niet op dezelfde plek liggen als in het gewone leven.
Bij de intake kan het direct al een beetje confronterend worden: rookt u? Drinkt u? Hoeveel drinkt u precies? Gebruikt u (andere) drugs? En dat met iemand naast je aan wie je mogelijk normaal niet de hele waarheid vertelt (ik heb daar zelf geen last van, maar ik kan me zo voorstellen dat het raar wordt. En ook: haalt je antwoord je medisch dossier? En tegenwoordig denk je daar dan direct achteraan of dat op Amerikaanse servers wordt opgeslagen en hoe dat dan ook op termijn zichtbaar gaat worden voor recruiters op LinkedIn, of vergelijkbare omgevingen... maar los daarvan, het kwantificeren van een flesje wijn in het weekend, twee drankjes op de club op maandagavond, en af en toe nog een cider of biertje tussendoor is best te doen, maar als je alles optelt...
Dan komen en nog andere vragenlijsten, met onder andere de vraag: "Heeft deze gebeurtenis invloed op uw sexleven?" Is daar een goed antwoord op te geven zonder gêne? Serieus vragenlijst, waar bemoei je je mee?
Dagelijks komt, bij de controles van hartslag, bloeddruk, saturatie en "Heeft u goed geslapen?", ook de vraag of ik gepoept heb, wanneer, en of daar bijzonderheden over te melden waren. Het valt mee dat er nog niet gevraagd werd waar er gepoept is (daar achter de plant, ik heb het afgedekt met washandjes). Ik heb een keer geantwoord dat het niet bepaald angel poo was en werd wat vragend aangekeken. Ik denk niet dat het echt de bedoeling is om details te geven, tenzij het gaat om bloed erbij of serieuze verstopping of juist diarree. Maar vooruit, als je erom vraagt...
Ik ben dus ook gedoucht de eerste dag. Nou was dat alleen de eerste dag, met een ergotherapeute, dus ik weet ook waarvoor het is (kan meneer dit zelfstandig? het antwoord was gelukkig ja), maar het is wel even wennen, in je blote tokus op een douchestoel gedirigeerd worden. Terwijl er ook nog op schijnbaar willekeurige plekken vierkantjes uit je borsthaar zijn geschoren.
Ook in het revalidatiecentrum is er iemand de douche ingewandeld de eerste dag, om te zien of ik hulp nodig had met opstaan, douchen of aankleden... ik stond net geïmproviseerd mijn rug af te drogen (het blijft lastig met maar een functionele hand). Dat vond ze gelukkig wel genoeg informatie.
Onderling met de andere patiënten is het vooral ook het bespreken van onze ongemakken: we hebben ze allemaal, de een wat anders dan de ander, en je kan het hier ook open bespreken. Soms doe je dingen samen: een fles opendraaien bijvoorbeeld. En je vraagt ook dingen die je normaal niet zou vragen: "Wil je mijn boterham misschien even voor me snijden?"
Je doet er hier allemaal niet zo moeilijk over. Iedereen hier is op een of andere manier geraakt, iedereen weet dat, en je helpt elkaar waar je kan. Gêne past gewoon niet in het sociale plaatje.
Reacties
Een reactie posten